Anton Mussert en zijn conflict met de SS (Anton Mussert's conflict with the SS) |
|
Main topics: World War II, Nazi occupation of the Netherlands (1940-1945), Dutch Nazi movement NSB, SS, anti-Semitism, Holocaust Verschijningsdatum: juni 2011 Uitgeverij Aspekt
|
![]() |
Tijdens de bezettingstijd botste NSB-leider Anton Mussert meermalen met de SS en met Heinrich Himmler, de hoogste baas van de SS. Dat blijkt uit documenten (vooral correspondentie, instructies van de SS) uit Duitse en Nederlandse archieven die in dit boek uitvoerig worden geciteerd. Himmler en de SS waren voor een hardere aanpak van de kerken die tegen de maatregelen van de bezetter protesteerden. Mussert kwam daarentegen voor de godsdienstvrijheid op, onder meer in een gesprek met Hitler in december 1943. Himmler was daar niet van gediend. Mussert had overigens vijf gesprekken met Hitler die in dit boek uitvoerig worden besproken. Het eerste gesprek vond plaats in november 1936, vier jaar vóór de Duitse bezetting dus. (Zie hierover blz. 12, 13.) In zijn naoorlogse memoires ‘De NSB in oorlogstijd’ bespreekt Mussert alleen de vier gesprekken die hij tijdens de bezettingstijd met Hitler heeft gehad. Mussert redde tijdens de bezettingstijd een zeer beperkt aantal Nederlandse Joden (de zogenaamde ‘Mussert-Joden’). Meestal betrof het oud-leden van de NSB of persoonlijke vrienden van Mussert. Een van hen was mej.S.S. Ancona uit Amsterdam, een oud-lid van de NSB. In oktober 1941 schreef Musserts secretaresse Stien van Bilderbeek haar een brief waarin zij haar namens de NSB-leider meedeelde dat deze geen schuld had aan het feit dat de bezetter eiste dat leden van Joodsen bloede werden geroyeerd. ‘Gij vergeet, de Leider (Mussert) heeft de macht nog niet overgenomen; de Duitse autoriteiten hebben het te zeggen en van hen is deze verordening uitgegaan.’ Deze brief wekte de woede op van zowel Himmler als Hanns Albin Rauter, de hoogste SS’er in het bezette Nederland. Himmlers naaste medewerker Rudolf Brandt schreef Rauter dat in zulke brieven ‘werkelijk het ware gezicht van de heer Mussert wordt getoond’. (Deze correspondentie wordt achterin het boek afgedrukt.) Volgens Rauter waren er in 1940 ‘dozijnen soortgelijke brieven’ aan Joden verstuurd. (Zie hierover blz. 156-158, 284, 285.) Aanvankelijk was Mussert geen echte antisemiet. In de eerste helft van de jaren dertig van de vorige eeuw presenteerde hij zijn NSB als een ‘christelijke’ beweging die óók open stond voor Joden. Hij uitte openlijk zijn bewondering voor de Italiaanse fascistenleider Benito Mussolini, wiens ‘leer van het fascisme het antisemitisme niet kent’. In de tweede helft van de jaren dertig en tijdens de bezettingstijd kwam de NSB steeds meer in antisemitisch vaarwater terecht, mede door toedoen van Musserts rivaal mr. Meinoud Rost van Tonningen, die helemaal op de hand van Himmler en de SS was. In de ogen van Himmler en Rost van Tonningen sloot Mussert nog teveel compromissen. Tijdens de februaristaking in 1941 was de Musserts houding tegenover de Joden echter hoogst kwalijk. De meeste Joden woonden in Amsterdam. In 1941 werden zij getreiterd, uit tram verwijderd, ‘jeugdstormers’ (van de jeugdbeweging van NSB) sloegen ruiten van Joodse panden kapot. (Zie blz. 155, 231, 306.) Op 31 december 1941 eisten Mussert en Rost van Tonningen in een gesprek met Himmler een deel van het door de bezetter in beslaggenomen Joods vermogen op. Het was een van de weinige keren dat beide rivalen – Mussert en Rost van Tonningen – op één lijn zaten. (Zie hierover blz. 73-76, 229; op blz. 229 staat een foutieve datum: 6 januari 1942 moet 31 december 1941 zijn.) Uit het bezette Nederland werden tussen de 102.000 en 108.000 Joden weggevoerd. Van hen kwamen zeker 100.000 om in de vernietigingskampen (vaak door ‘vergassing’, met name in Auschwitz en Sobibor). Mussert was niet op de hoogte van de details van de Holocaust, maar hij had wel geruchten opgevangen en zou toen – in februari of maart 1943 – hebben gezegd dat de Duitsers ‘een zware bloedschuld’ op zich laadden. Maar hij durfde niet openlijk tegen de massale deportatie van Joden te protesteren. (Zie hierover blz. 161.) Aan de andere kant stelde diezelfde Mussert NSB’ers beschikbaar voor het Oostfront waar ze in de SS-gelederen vochten. Er waren dus momenten dat hij heel goed met de SS kon samenwerken. Ook legde hij de eed van trouw op Hitler ‘als Germaans leider’ af. Mussert dacht ten onrechte dat Hitler in zijn talrijke conflicten met Himmler en de SS aan zijn zijde stond. Hij besefte niet dat Hitler net zo’n beest was als Himmler. Overigens ging Hitler niet in op druk van Himmler en dr. Arthur Seyss-Inquart, de ‘rijkscommissaris voor de bezette Nederlandse gebieden’, om de eigenzinnige Mussert aan de kant te schuiven. Mussert liet zich sterk beïnvloeden door Fritz Schmidt, de ‘commissaris voor bijzondere opdrachten’, die formeel onder Seyss-Inquart viel. Schmidt was bovendien nog de hoogste vertegenwoordiger van de Duitse nazipartij (NSDAP) in Nederland en ressorteerde als zodanig onder Martin Bormann, een rivaal van Himmler. Er was ook een ‘commissaris voor het veiligheidswezen’. Dit was de eerdergenoemde Hanns Albin Rauter, die formeel eveneens onder Seyss-Inquart viel, maar die in feite alle bevelen van Himmler moest opvolgen. Schmidt en Rauter botsten voortdurend met elkaar onder meer over de lijn die tegenover Mussert moest worden gevolgd. (Volgens Rauter had Schmidt ‘schizofrene’ neigingen.) Schmidt koos doorgaans partij voor Mussert. Uiteindelijk zwichtte Mussert vaak wel voor de eisen van de SS. Bijvoorbeeld toen NSB’ers die zich bij de Nederlandsche/Germaansche SS hadden aangesloten, niet langer de traditionele NSB-groet ‘Hou Zee’ mochten uitbrengen, maar alleen de Hitlergroet. (Zie hierover blz. 191-193, 281-283.) Eind 1944 zette Mussert Rost van Tonningen af als tweede plaatsvervangend leider. Rost van Tonningen beklaagde zich daarop bij Rauter en Seyss-Inquart. Ook brak Mussert in februari 1945 met zijn jarenlange vertrouweling en bondgenoot Cornelis van Geelkerken, nota bene mede-oprichter van de NSB en de tweede man binnen de beweging. Van Geelkerken had, tot grote ontsteltenis van Mussert, steeds meer de zijde gekozen van Rauter en de SS gekozen. In het laatste hoofdstuk wordt het boek nog eens samengevat en van conclusies voorzien. Deze studie is zeer kritisch over Mussert, die, ondanks zijn vele conflicten met de SS, als een echte landverrader wordt afgeschilderd. Alleen al de eed op Hitler die hij eind 1941 aflegde, is voldoende om de NSB-leider als landverraderte typeren. Zelf zag hij zijn rol natuurlijk anders: hij meende dat hij met ‘zijn offergang voor volk en vaderland’ het beste met ons land had voorgehad. Zijn kort na de oorlog geschreven memoires ‘De NSB in oorlogstijd’ waren één grote poging tot zelfrechtvaardiging. Zelf tóen bleef hij het nog opnemen voor Hitler, die door Himmler en de SS zou zijn misleid. Belangrijkste stellingen uit het boek 1. Mussert botste herhaaldelijk met de SS en Himmler, maar bond uiteindelijk vaak weer in.
Inhoudsopgave: 1. Mussert, Mussolini, Hitler, Rost van Tonningen, Julia op ten Noort en Himmler (tot mei 1940)
Erratum Op blz. 229 staat abusievelijk als datum 6 januari 1942. Dit moet 31 december 1941 zijn. Summary in English Between December 1931 and May 1945, Anton Mussert was the leader of the Dutch Nazi movement NSB. Mussert initially sympathized with the Italian fascist leader Benito Mussolini. He also initially allowed Jews to become members of the NSB. Meinoud Rost van Tonningen, his main rival within the movement, did not agree: Jews and freemasons should not be allowed to join the Dutch Nazi movement. Rost van Tonningen strongly sympathized with Heinrich Himmler, the leader of the notorious SS organization in Germany. Mussert often clashed with Himmler, especially during the Nazi occupation of Holland (1940-1945). Mussert espoused the concept of a ‘Greater Netherlands,’ the unification of the Netherlands and Flanders, that is. The concept most favoured by Himmler, the SS and Rost van Tonningen, though, was the ‘Greater Germany,’ the unification of all ‘Germanic’ peoples. The Netherlands should be incorporated in the greater German ‘Reich.’ Mussert was opposed to such unification plans and harboured the illusion that Hitler supported him, which was not the case. Just like Himmler, Hitler wanted to incorporate the Netherlands and Flanders into the German Reich. More than 100,000 Jews were deported to the death camps during the Nazi occupation of the Netherlands. The vast majority of them were killed (‘gassed’) in Auschwitz and Sobibor. Mussert and the NSB did not openly protest against the deportations and the treatment of the Jews. However, he did hear rumours about mass killings, and told one of his confidants in 1943 that the Germans are incuring a heavy blame. On other occasions, however, Mussert did not hesitate to blame the Jews for everything. In February 1941, NSB and WA members provoked a number incidents and clashes in the Jewish quarter of Amsterdam. The WA was the paramilitary organization of the NSB. Windows were smashed, Jews were forcibly removed from public trams (streetcars). Fights broke out and in one of these fights WA member Hendrik Koot was badly injured. He later died in hospital. Mussert called it a ‘Jewish crime’, subsequently blaming ‘Jewish terror.’ Those who excelled in terror, however, were the Nazis themselves: more than 400 Dutch Jews were deported to the concentration camp of Mauthausen, and most of them died. Mussert often initially protested against the growing influence of the SS in Nazi occupied Holland, but in many cases he gave in later or he was overruled. He had frequent clashes with Hanns Albin Rauter, the so-called ‘Higher SS and Police Leader.’ Rauter was Himmler’s man in Holland. In 1940, Mussert was vehemently opposed to the idea of the SS to create an organization of Dutch SS volunteers called ‘Nederlandsche SS.’ He then agreed to a proposal that such an organization would be formed under the auspices of the NSB. Henk Feldmeijer, the leader of the Nederlandsche SS, was a typical Himmler adept and loyal to the SS only. Rauter and Himmler supported Feldmeijer throughout. On other occasions Mussert was entirely loyal to Himmler and the SS. He encouraged young Dutch Nazis to fight in the SS-ranks on the Eastern front. Fighting communism was a noble cause to him. Between September 1940 and December 1943, Mussert had four meetings with Hitler whom he adored as a prophet. It was in December 1941 that he swore an oath of personal allegiance to Hitler – another act of collaboration and treason. Two years later, when Mussert raised the issue of religious freedom in the Netherlands, Hitler told him there were also Muslim volunteers and Muslim immigrants in Germany who could freely practise their religion. Hitler made one important reservation, though: the churches are not allowed to challenge the authority of the state.
|
|